Ondernemen van A tot Z – de M van Marketingmix

Marketing

Op het VWO kreeg ik ooit het vak Economie. Economie I was algemene economie, bedoeld om de conjunctuur en de politiek beter te kunnen snappen. Dat laatste is nooit goed gelukt, maar dat terzijde. Economie II kreeg ik ook, handelskennis – oh, wat een drama. Versuft tuurde ik naar de grootboeken, de non-balansen met de debet- en creditzijdes, de kostprijsberekeningen en de interestformules.

In de zomer van 1990 liep mijn 5 VWO-rampjaar dan toch ten einde. Het was bijna vakantie, en onze school had het Noorderligt in Tilburg afgehuurd voor een groot feest. Opgelucht dat ik daar kon gaan shinen maakte ik mijn geparfumeerde entree in de foyer. Toen ik net de trappen richting de zaal wilde bestijgen, klonk er vanaf een barkruk een lallend:
‘Hé! Hé, Van Spaandonk!’
Mijn God.
Daar zat onze leraar Economie II, die gast van handelskennis.
Ik noem geen namen verder.
Hij was starnakel.
‘Weet JIJ… wat jij… voor je láátste proefwerk in de proefwerkweek had?
Een… twee. Godverdomme, een TWEE! Hoe krijg je het voor elkaar, Van Spaandonk!’
Nog nooit was ik ergens zo in het openbaar afgezeken. Ik knikte vriendelijk en besteeg glimlachend de trappen, maar mijn hele avond was naar de filistijnen.

Ik zwom tijdens de inzage door een Rode Zee van doorhalen en commentaren. Uiteindelijk bleek dat ik alleen een stukje theorie over de marketingmix goed had opgeschreven. De 4 P’s van Prijs, Plaats, Product en Promotie had ik nog net kunnen reproduceren en dat was dat. Genoeg voor een twee.

Als je me toentertijd had gezegd dat ik ooit mijn eigen onderneming zou gaan bestieren, had ik op mijn voorhoofd gewezen. En echt: ik vind het allemaal prachtig, tot aan de BTW-aangiftes toe. Het is een sport om de blauwenbrievenmafia überhaupt te snappen, ongekend. De 4 P’s uit 1990 (tegenwoordig zijn het er 7) ben ik fors gaan herkauwen.

In 2018 heb ik een training Online Marketing gevolgd bij Google, iets wat ik al mijn ondernemende collega’s kan aanraden. Zwetend heb ik die drieëntwintig badges gehaald, met resultaat. Ik schrijf nu up-to-date teksten voor websites van andere ondernemers, waaronder alle teksten voor deze website van mijn collega Freek.
Dat had ik nooit kunnen bedenken, daar ben ik best trots op.
Eat that, meneer Economie Twee. Met de groeten van Van Spaandonk.

 

Ondernemen van A tot Z, Liefde en Letteren

Loesje Liefde

Liefde en letteren

Schandalig, wat is het lang geleden dat ik wat schreef! In februari van dit jaar had ik een soort van blind date op Roermond CS, waar ik mijn grote liefde op het perron omhelsde en hem niet meer losliet. Ik vergat uiteraard uit te checken, dat kostte me een fraaie duit. We hebben er al heel wat om gelachen, halen nog vaak herinneringen op aan dat moment. ‘Dat jij daar stond met je winterjas aan en je gebeeldhouwde gezicht.’ ‘Dat jij daar aan kwam schrijden met dat rolkoffertje.’ Qua zwijmelgehalte beter dan Netflix, wat ik u brom.

Met de letteren gaat het ook lekker. Ik schrijf me werkelijk een nekverrekking. Nog steeds ben ik bezig met commercieel werk voor ondernemers uit het MKB. Een heel grote klus was de productie voor een evenementenbureau in Hilversum. Ik schreef allerlei teksten over waanzinnige dinnershows, TedTalks en VIP-events; de kunst is om je flink uit te leven en het toch zakelijk te houden. Er zijn ook veel vakmensen zoals rietdekkers of tapijtleggers die tekst nodig hebben voor hun website in oprichting. Het is erg leuk om samen met de klant te finetunen waar hij/zij goed in is. Hoe gaan we dat overbrengen op bezoekers van de website? Ik weet niets van bouwvakken en klussen, dus ik leer van alles over teerwerk, ondertapijt, brandpreventie etc. Mooi!

In de creatieve hoek zit er ook genoeg  schrijfwerk aan te komen. Er komen projecten aan voor Theaters Tilburg, een cultuurdag voor groep 8 / de brugklas en een taalproject voor anderstalige kinderen. Te veel om op te noemen, daarover later meer.

Maar eerst heb ik het a.s. weekend een schrijfretraite rondom creatief schrijven georganiseerd. Ook daarover lees je later meer, lief blogpubliek. Of niet… Er staat een Halloweenavond op het programma.

Tot ooit?

 

 

 

Ondernemen van A tot Z

J

Journaille

bd2clogo

 

 

 

Tromgeroffel, pa-rampampampam: tegenwoordig ben ik toegetreden tot het journaille.
Ik ben begonnen met het schrijven voor Stadsgezicht Tilburg, een onderdeel van het Brabants Dagblad. Bas Vermeer bestiert het katern al jaren, dat doet hij heel goed. Hij tilt het nieuws uit de binnenstad bijna naar een literair niveau, rijgt het ene juweel na het andere aan. Ooit schreef ik een reeks columns voor het BD, daar kenden ze me nog van. Ik trok de stoute schoenen aan, nam contact op en kreeg groen licht. Dat geeft een gigantische kick. Monter zat ik in het kennismakingsgesprek op de redactie. Relaxed draaide ik met mijn koffiekop, kalm en aandachtig knikkend : ‘Mmm goed, ja mooi, oké prima.’ Van binnen stuiterde het alle kanten op: argh… Ik hou zo van mijn stad, ik ga weer op reportage sinds lange tijd, dit is een mooie opsteker, er zijn meer dan 13.000 volgers alleen al op Facebook. Meer dan 13.000! Daar kun je bijna het Willem II-stadion mee vullen.

Voorlopig kan ik mijn eigen onderwerpen aandragen. Volgende week verschijnt mijn eerste artikel on line, over een buurtkroeg. Dat jonge energieke kasteleinsechtpaar en de verschraalde bierlucht maakten mijn dag. De week daarna kunnen jullie iets te weten komen over muurliteratuur bij urinoirs. Ik ga me een weg banen door de welriekende dampen en mezelf de vraag stellen: wat staat er nu precies? Zit er echte kunst tussen? Is de maker bekend? Ook ga ik verslag uitbrengen van een gratis datingservice in een wijkgebouw. Ik ben al een keer met de bedenkers gaan kletsen, het wordt sfeervol en professioneel opgezet. Opdat jullie niet denken dat ik alleen maar in drinken en daten ben geïnteresseerd, ga ik nog wat architectuur en andere straatbeelden onder de loep nemen. De rest blijft vanaf nu geheim, maar ik moet toch wat te bloggen hebben? Weet dat jullie me altijd kunnen bellen als jullie iets onalledaags zien dat opstijgt uit putdeksels, of als er een paradijsvogel rondvliegt.
Graag. Ik gris mijn voicerecorder mee en ben er zo.
 

 

 

 

Ondernemen van A tot Z

K

 

Blanca

 

Een kerstverhaal voor groep 5 t/m 8 van Basisschool De Triangel

 

Rolverdeling:

Verteller

De rendieren Rudolf, Dasher en Dancer

Blanca, de witte rendierverschijning

Enkele figuranten: rendieren en de Kerstman, als gasten op het feestje

 

Koor: A wonderful Christmas Time

 

Verteller:

Het was kerstavond, de avond dat alle dieren kunnen spreken. Op de ijskoude taiga scharrelde er een rendier rond. Hij knabbelde traag van een portie korstmos en was in een uitstekend humeur. Zijn naam was Rudolf. Rudolf was groot en grof, meer dan gemiddeld, en wat rustiger dan zijn rendierenbroeders. Sterk was hij ook, en bovendien een tikkeltje onhandig. Zo gebeurde het regelmatig dat hij met al zijn rendierenkracht tegen een dennenboom botste, of met zijn gewei verstrikt raakte in de prikkende takken. Zijn neus was zo rood als een appel, omdat hij die minstens elke vijf minuten snoot. Tijdens een nare verkoudheid van jaren geleden had hij die gewoonte erin gehouden. ‘Kappen man!’ riepen de andere rendieren, als Rudolf voor de zoveelste keer in zijn zakdoek toeterde. Ondanks het commentaar kon Rudolf er niet mee stoppen. Hij wilde er zeker van zijn dat er geen viezigheid uit zijn neus droop. Die rode neus stond hem prima, vond hij.

Rudolf: ‘Rudolph, the rednosed reindeer, lalalalalalala…’
Dasher: ‘Hé Rudolf, jij dikzak! Waarom eet jij zoveel korstmos? Heb je nog niet genoeg gehad?’

Dancer: ‘Zo kun je je niet vertonen op het feest van de Kerstman. It’s parrrrrrrty time, maar niet voor lelijkerds zoals jij. En wanneer hou je es op met dat gesnuit? Wij zijn er klaar mee. Die neus van jou ziet er niet uit!

Dasher, wij gaan bij de deur staan als het feest vannacht begint. Reken maar dat jij er niet inkomt, Rudolf!’

Verteller:

Intens bedroefd stond Rudolf daar, op een open plek in het bos, moederziel alleen in de sneeuw. Hij was intussen wel gewend aan de pesterijen van Dasher en Dancer. Maar niet op het feest van de Kerstman mogen komen? Dat was hem nog nooit gebeurd. Het was afschuwelijk. Dasher en Dancer swingden altijd heel vet, ze gingen compleet los, en er was fantastische korstmos-cake. Iedereen werd er uitgenodigd, en nu mocht hij als enige rendier dit jaar niet komen. Hij voelde zich buitengesloten. Vernederd. Vertrapt.

Rudolf wilde dat hij een ander was. Toen hij zijn hersenen daar nog meer mee ging kwellen, wilde hij dat hij er helemaal niet meer was. Wanhopig plofte hij onder een grote spar en bleef daar stilletjes liggen.

Plotseling gebeurde er iets heel eigenaardigs.

Aan de donkere hemel verscheen een stralend licht, dat langzaam afdaalde naar de open plek in het bos. Het was zo fel dat hij zijn ogen moest sluiten. Wat was dat? Toch geen vallende ster? Die gingen veel sneller.

Rudolf stond juist op het punt om de benen te nemen, toen hij iemand uit de lichtbundel zag  stappen. Het was een spierwit rendierenvrouwtje.    

 Rudolf: ‘Huh… Wat gebeurt hier toch allemaal? Ben ik gek geworden?’    

Blanca:  ‘Goedenacht! Mijn naam is Blanca. Met wie heb ik het genoegen? Wie ligt hier op kerstavond te kermen van ellende in de sneeuw?’

Rudolf: ‘Rudolf, aangenaam… ik voel me inderdaad ellendig. Ik wil zo graag naar het feest van de Kerstman, maar Dasher en Dancer gaan me niet binnenlaten. Ze zeggen dat ik lelijk en dik ben. En dat ik een afschuwelijke neus heb!’
Blanca: ‘Rudolf toch. Ik vind een groot en rond rendier juist indrukwekkend. En jouw neus is prachtig. Wedden om het lekkerste korstmos dat daar ooit nog een kerstliedje over gemaakt gaat worden? Maar daar heb je nu niets aan. Zullen we een oplossing bedenken? We gaan recht op je probleem af.’

Rudolf: ‘Heel graag. Samen kunnen we meer dan ik alleen.’

Verteller: Rudolf en Blanca gingen op weg, richting de poolcirkel. Ze vertelden elkaar de mooiste verhalen. Rudolf vertelde over zijn eerste klus voor de Kerstman, waarbij hij verdwaalde en zichzelf moed inzong. Ademloos luisterde Blanca naar hem. Onderweg werd Rudolf steeds opgewekter en zong Jingle Bells voor Blanca. Omdat hij zo groot en rond was, klonk zijn zangstem als een diepe bas, die galmde door de besneeuwde naaldwouden. Blanca was diep onder de indruk. Zo’n warm geluid had ze nog nooit gehoord. Het gaf hun de kracht en moed om door te gaan. Ze moesten kilometers door de taiga lopen om bij de poolcirkel te komen. Daar, exact op de 66e breedtegraad, stond het twinkelend verlichte huis van de Kerstman. Het was na middernacht, het feest was al in volle gang. Uit de schoorsteen klonk gezang.  

 

Koor:            

Rocking around the Christmas Tree

Santa’s Party

Winter Wonderland

 

Blanca:  ‘Dat ziet er gezellig uit. Wat staan ze daar binnen te doen? Daar draait een klein rendier heel snel rondjes op zijn rug.’

Rudolf: ‘Dat is Dancer, die kan geniaal breakdancen.’

Blanca: ‘We halen Dasher en Dancer erbij. We gaan ze vertellen wat voor een prachtige zangstem jij hebt. Jij hebt veel volume, daar kan niemand omheen.’

Rudolf: ‘Ik weet niet of ik dat durf.’

Blanca (bonkt op de deur): ‘Dasher! Dancer! Kom naar buiten, hier is nog een artiest voor vanavond. Hij komt zingen!’

Dasher: ‘Had jij nog iemand geboekt voor vanavond, Dancer? Wij hadden toch alleen die dames uit dat kerstkoor?’

Dancer: ‘Ik weet van niks.’

Dasher en Dancer: ‘RUDOLF?’

Verteller: Zo gebeurde het dat de Kerstman in die kerstnacht een roodneuzig rendier als artiest kreeg. Rudolf zong de sterren van de hemel en de gaten in de sneeuw, de hele nacht door. Hij zong over beroemde rendierenfamilies die elkaar kwijtraakten in een sneeuwstorm. Hij zong over vriendschappen die stukliepen, waarna het toch weer goedkwam. Hij zong over de avondzon die scheen op het korstmos. Hij zong over magische cadeautjes in de arreslee. De feestgangers hingen aan zijn rendierenlippen, ze konden er geen genoeg van krijgen. Zelfs Dasher en Dancer applaudisseerden hard en riepen ‘We want more!’ als er een lied afgelopen was. Pas toen het licht werd, stopte Rudolf met zingen. Uitgeput stapte hij van het podium en werd hartelijk op zijn nek geklopt door de Kerstman. Dasher en Dancer stonden vol schaamte toe te kijken. Het was Dasher die als eerste de stilte verbrak.

Dasher: ‘Rudolf, ik ben onder de indruk. Jij kunt zo prachtig zingen met dat grote lichaam van je. Ik zal er nooit meer iets lelijks over zeggen. Het spijt me heel erg dat ik dat gedaan heb. Ik had wel iets meer respect voor je mogen hebben. Sorry.’

Dancer: ‘Ik ben het helemaal met mijn broer eens. En, eh, mijn eigen neus heeft trouwens ook wat rare trekjes.’

Rudolf: ‘Dat kun je wel zeggen, ja. Hij staat een beetje scheef en er zit een witte plek op, maar niet iets om rottig over te gaan doen. Zullen we dan nu samen een laatste lied zingen voor Blanca? Zij heeft mijn stem ontdekt en me hiernaartoe gebracht.’

Verteller: Maar Blanca was verdwenen. Ze was weggeglipt toen het groene poollicht werd verjaagd door het licht van Eerste Kerstdag. Haar taak was volbracht, er waren andere mensen en dieren die haar stralende licht nodig hadden.

En Rudolf en zijn vrienden? Die waren na al het gesleep met cadeautjes aan vakantie toe.

Ze sliepen de hele Eerste Kerstdag en alle dagen daarna, totdat de dagen weer langer werden. Dasher en Dancer maakten een ereplek aan de arreslee vrij voor Rudolf. Zo kon hij met zijn reusachtige lichaam voortaan vrij bewegen. En zingen, want dat was nu -na korstmos eten- zijn grootste hobby.

 Einde

 Koor: Happy New Year 

 

 

 Karin van Spaandonk

december 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondernemen van A tot Z

I

Brahms

Intermezzo

Het weekend is loom. Voor het eerst sinds maanden heb ik geen afspraken en ben ik met mezelf. De kou en de sneeuw sluit ik buiten, mezelf sluit ik in. Vanmiddag heb ik met het libretto erbij zitten luisteren naar Ein deutsches Requiem. Ik kan dat alleen als Jan er niet is, het is hier doorgaans een komen en gaan van pubers die dat onverdraaglijke herrie vinden.

Brahms geeft zijn luisteraars een boodschap mee: treur niet vanwege de dood, want de dood biedt uitzicht op een eeuwig leven. Het is prachtige muziek, tamelijk optimistisch en troostrijk. Maar ondanks mijn dweperij met een symfonie-orkest en zangkoren geloof ik niet in die boodschap. Geschal van bazuinen, een wederopstanding en een eeuwig leven? Hoe dan? Wat een kletskoek! Het zijn mooie sprookjes om een angstig memento mori te bezweren, een religieuze pleister op een gemeen wondje. Ik leef alleen nu, en ik wil het zo goed mogelijk doen.

De mensen die mij van dichtbij kennen, weten dat de afgelopen jaren pittig waren. Er is veel gebeurd, maar ik sta weer op de rails. Altijd. Nu ik de knoop heb doorgehakt en mijn eigen onderneming heb opgestart, loop ik wel tegen een aantal dingen aan. De letter H van harken geeft een overzichtelijke kijk in mijn A-Z-keuken, maar of ik er tevreden mee blijf? Het is nu nog een uitdaging om mijn collega-ondernemers verder op weg te helpen, maar niet meer voor lang. Ik heb het kunstje bijna onder de knie.

Tijd voor een intermezzo.

Het bruist al dagen van binnen. De afgelopen week stond ik één dag in groep 3. Het is de groep die ik wekelijks overneem van een collega, die kinderen zijn geweldig. Omdat onze school in een impulswijk staat, ‘krijgen wij het soms niet voor niks!’ zing ik dan door de gangen.
Afgelopen week besloot ik een keer buiten het boekje te werken en zelf een les in elkaar te draaien. Met een kopieerblad en een potlood in de hand mocht groep 3 door de klas lopen, in de wandelgangen elkaar bevragen op woorden met de letters uu en de ui erin, het opschrijven… en weer doorwandelen naar de volgende ontmoeting. Binnen tien minuten hadden ze allemaal intensief geschreven en leuk contact met elkaar gehad. Hangend op de tafels, hangend in een bankstel, hangend aan het aanrecht. De kinderen waren blij, ik was blij.
Kort daarvoor ging ik los tijdens het schrijven van een korte schoolmusical over een gekweld rendier. Uiteraard heet hij Rudolf en hij wordt gepest. Hij is een dikke Hannes Goedzak die zijn neus veel snuit, op het neurotische af.

These are a few of my favourite things, zong Julie Andrews. Ik ben een eeuwige frik, zoveel is me duidelijk geworden tijdens dit intermezzo. Het is wel zaak dat ik ga focussen, daar krijg ik hulp bij. Mijn collega Vera is bezig met een coachingsopleiding en heeft me een duwtje in de goede richting gegeven. Zij blijft me begeleiden de komende maanden. Deze onverbeterlijke frik gaat de Kerstvakantie gebruiken voor het ontwikkelen van workshops rondom taal en schrijven. Ik ga die workshops volgieten met poëzie, horrorverhalen, prentenboeken en vlogs. Voor jong en oud, voor goed onderwijs. En mocht ik onverhoopt even geen brood op de plank hebben, dan ga ik gewoon invallen. Werk zat. 😉

 

 

 

 

 

 

Ondernemen van A tot Z

H

Harken

Harken

Als freelancer hark ik me suf naar mooie en interessante opdrachten, alleen dat is al topsport. LinkedIn, Twitter en Facebook zijn heel geschikt voor mijn online netwerk en dat is maar goed ook. Ik kan een avond volkletsen en naar anderen luisteren, maar naar netwerkborrels gaan is niets voor mij. Dan moet je daar een pitch ten beste geven en een dansje doen, mij niet gezien. Dat doe ik al vol overgave voor mijn koters in groep 3. Soms staan er advertenties bij bedrijven op hun eigen webpagina, meestal gaat het om vaste banen. Dat wil ik dus niet, ik wil na een tijdje weer vrij rond kunnen vliegen. Enkele collega-ondernemers hebben een niche in de markt ontdekt: als je een klein vermogen betaalt, kun je je inschrijven bij allerlei datingsites voor ZZP-ers.

Ik schreef me in bij drie datingsites, betaalde dat kleine vermogen en deed alsof de teruggevorderde BTW een cadeautje was. Dankjewel, blauwebrievenmafia. Oprecht blij was ik. Uit krenterigheid kocht ik voor mezelf iets wat ooit een stervensduur colbertje was – bij La Poubelle. La Poubelle is geen krullerige boetiek maar een kringloopwinkel. Zo kon ik voor vier euro ‘op sjiek’ conference calls voeren via Skype en naar werkoverleggen gaan in onze stadscafé’s.
Nu moest ik stevig gaan harken. Ik overlegde met mezelf. Zou ik op alle klussen gaan reageren en bij twijfel doorzetten, alles aannemen? Ja. De grens trok ik bij financieel-juridische opdrachten, daar heb ik geen kaas van gegeten. Verder zou ik mijn vizier zo ver mogelijk openzetten.

Mijn eerste opdracht was schrijfwerk voor een educatieve uitgever hier in Brabant, ik schreef iets voor een leesmethode voor kinderen uit groep 5. Het onderwerp was ‘reizen en souvenirs/gevonden voorwerpen’ en ik mocht zelf weten hoe ik dat ging aanpakken. Ik ben losgegaan op een tekst over strandjutten, te gek vond ik het. Pas over een tijd zijn de materialen verkrijgbaar, want een methode ontwikkelen duurt lang.
Intussen ben ik wekelijks aan het schrijven voor Jeanette, mijn reïntegratiecoach van destijds. Ze hoeft mij niet meer meer te coachen, maar ik schrijf nu wel de teksten voor haar social media en al haar papieren promotiemateriaal. Het fijne aan Jeanette is dat ze niet zweeft en dus ook geen wazige teksten wil hebben. Wij vormen een goed team.
Vorige week heb ik een schrijfklus aangenomen voor een metaalbedrijf. Als volbloed alpha zat ik in het begin paniekerig te zweten boven video’s en teksten over draaien, frezen, beitelen, polijsten en CNC-draaiautomaten. Eureka, er bestaan CAD/CAM-systemen die een ontwerp volledig geautomatiseerd lezen! Vervolgens rolt er zomaar een gedraaide schroef uit de machine, of een blinkend gefreesd scharnier, mooi toch?
Er is nog meer. In maart verschijnt er een prachtig kinderboek van Hans Nordsiek op de markt, achter de schermen zijn we er nog volop mee bezig. Ik heb de redactie van zijn verhalen gedaan, nu moet ik nog een flaptekst en synopsis schrijven. Wordt vervolgd, het is een heel proces om een boek uitgeefklaar te maken. Op dit moment zijn de illustrator en de grafisch vormgever er heel druk mee.
Last but not least: een sympathieke dame die Afrikaanse dansworkshops geeft, heeft me gevraagd of ik een biografie wil schrijven voor op haar website. Haar jeugd speelde zich af in Ghana, daar zit een interessant verhaal in. Natuurlijk wil ik dat schrijven, ik voel me vereerd om haar volgende week te mogen interviewen.

Als ik erop terugkijk, heb ik nog geen dag zonder werk gezeten. Daar zat ik wel over in, maar die vrees bleek ongegrond. Toen ik aan mijn gebloemde keukenzeil mijn facturen voor de maand oktober verstuurde en een tussenbalans opmaakte, voelde ik me net een directeur. Als ik nog zou roken, zou ik een dikke sigaar hebben opgestoken. Ik kwam tot de ontdekking dat ik voor het eerst sinds een half jaar winst heb gemaakt. Vijfhonderd euro maar liefst, daar moet nog wel belasting over betaald worden. Nog even en ik kan als Dagobert Duck zwemmen in mijn eigen euro’s.

Ik heb één match laten schieten, al heb ik er serieus over nagedacht.
Het was een schrijfklus voor een grote, woeste man met een erotische massagesalon. Hij verkocht daarnaast een honderdtal speeltjes in de meest waanzinnige kleuren, maar ik heb toch maar bedankt – met een omgekeerd harkende beweging. Participerende journalistiek kan ook te ver gaan.

Ondernemen van A tot Z

G

Willem en Maxima

Groeten

Het voeren van zakelijke correspondentie vind ik best eenvoudig. Mijn woordenschat heeft een wijde range. Of het nu beleefd informeel, formeel of strikt zakelijk moet zijn, ik pers het wel uit mijn koker. Maar oh, die begroetingen… Ik werk in twee bedrijfstakken, dus ik sta regelmatig in dubio.
Wat te kiezen, en bij wie?

Laten we beginnen bij de aanhef.

‘Hoi …,’
Ongeschikt, al heb ik het een tijd gebruikt richting collega’s in het onderwijs. We werken toch in een blije non-profitsector, nietwaar. Toch ga ik ermee stoppen, het hoi-pipeloi-gehalte is naar mijn smaak te hoog. Ik krijg er Koos Koets-associaties bij, weet je wel, dat wietrokende typetje van Kees van Kooten. ‘Hé’ gaat het worden, lesgevende collega.
‘Ha,’ gaat ook nog, als ik in een erg opgetogen bui ben.

‘Dag …, ‘
Buikpijn. Het is zeer correct en gangbaar, ik weet het. Ik kan het toch niet over mijn toetsenbord verkrijgen, nu niet, nooit. Een leidinggevende-wier-naam-ik-niet-ga-noemen (zoals ook de naam Voldemort nooit genoemd mag worden) deed dat in haar mails richting ons. Binnen een jaar zaten we met ons hele team overspannen bij een coach. Ik ben naar een andere school vertrokken.
‘Dágdág allemaal, dágdág allemaal, het spelen is alweer voorbij.’, dit zong ik bij de kleuters. Nog een zwaarwegende reden om daar een brief of mail nooit mee te beginnen.

‘Hi …, ’
Nee zeg.
Nog erger: ‘Hi allen’, wat een maffe combi, alsof je in een trainingspak Paleis Noordeinde betreedt.

‘Beste …,’
Deze kan bij onbekenden altijd. Ik gebruik het regelmatig op datingsites voor freelancers/opdrachtgevers.
Bij Vlamingen durf ik dat niet goed. Ik stap bij hen gelijk over op het formele ‘Geachte’.
Ze moesten eens denken dat deze grensstreekbewoner een asociale Ollander is, die elk weekend Antwerpen onveilig komt maken, met een zweterige berenmuts op het vrijgezellige hoofd ook nog. Niet!
Geachte Zuiderbuur, ik houd van U en Uw land en zal U nooit bruut bejegenen.

‘Hallo… ‘
Het kan. Het bekt lekker vlot, tegelijkertijd is het beschaafd. Al denk ik er in mijzelf voortaan ‘… allemaal!’ bij. Juf Ank heeft niet voor niets een Gouden Kalf gewonnen.

Dan nu de afsluiting.

‘Grtz’
Alsof ik midden in het woord ‘Greetz’ een vreselijke aanval kreeg. ‘Greetz’ valt ook af, ik verEngels al zo erg.

‘Hartelijks!’
Nee. Waarom denk ik alleen maar aan hartige taarten? Quiche, ksjt, weg.

‘Gr…’
Lijkt te veel op grommen, er doemt een woeste beer op. ‘Dadelijk verslind ik je met huid en haar.’

‘Groetjes,’
Deze gebruik ik regelmatig, maar voor een professionele tekstschrijver vind ik het veel te juffenachtig. Wat nu?

‘Groet,’
Te kortaf naar mijn idee. Het blaft te veel. ‘Woef.’

‘Hartelijke groet,’
Dat is al beter. Een vriendelijke woef, maar nog te zeer een blafsel.

‘Warme groet,’
Ja, nee, ik waardeer het dat iemand mij een warm hart toedraagt, maar ik vind het voor mijzelf veel te softie. ‘Lieve groet,’ lukt mij ook niet.

** Ben ik een zeikerd? Ja. Kom ik hier nog uit? Ik zet door. **

‘Met vriendelijke groet,’
Hm. Dat gaat al ergens op lijken, maar kan iemand me vertellen waarom je iemand maar één groet geeft en niet meer dan één? Zo blijft het een blafsel, een dwingend commando.

‘Met vriendelijke groeten,’
Nou vooruit, dit komt door de ballotage. Het is beleefd, het is niet te lang of te kort, het kan bij nagenoeg elke onbekende, behalve bij de koning.
Eindelijk.

‘Fijne dag/middag/avond,’ altijd nog een escape als je niet uit bovenstaande opties kunt kiezen.

Dan ga ik nu maar gedag zeggen.

Een penvriend die bij tijd en wijlen erg poëtisch is, beëindigt de brieven aan zijn mailgroep vol drama. Zo las ik laatst: ‘Weet jullie daarom, ondanks alles, voortdurend omhelsd door de door jullie vriendschap gesterkte …’
Ik vind dat prachtig, al zou ik het zelf nooit zo durven doen. Niet eens bij vrienden. Waarom eigenlijk niet? Wellicht kan ik mijn informele begroetingen ook eens tegen licht houden. Een andere keer.

Houdoe!

Ondernemen van A tot Z

D – E – F

Nu ik de magische letters ZZP rondstrooi in de duistere krochten van het Internet, vliegt de spam me om de oren. De advertenties juichen: Droom! Denk! Durf! Doe! In de bijgevoegde blogs lees ik doorgaans dezelfde peptalk. Hoe eng het is om in het diepe te springen. Dat je best wel geld kunt lenen of crowdfunden bij vermogende familieleden of vrienden. Dat je altijd in jezelf moet geloven. Dat jouw avontuur tot een DroomDenkDurfDoeDisney-einde zal leiden, dankzij jouw waanzinnige doorzettingsvermogen en nooit aflatende optimisme.

De D van Disney komt in mijn ondernemersalfabet niet voor.
Hoezeer ik ook van mijn werk en mijn vrijheid geniet en hoe onderhoudend ik ook kan schrijven: af en toe ben ik een faalhaas. Op zo’n moment struikel ik over mijn impulsieve gedrag, of ik sus mezelf in slaap onder het mom van ‘Nog geen inspiratie gehad’. Daarom doe ik vandaag een D-E-F-je, en dat betekent niet: Dood Een Faalhaas. Er worden zelfs netwerkavonden rondom dit thema georganiseerd.
Deel Een FuckUp!

Mijn ergste FuckUp tot nu toe was een proefopdracht voor een Nike damesschoen. Toegegeven, deze Miss Sporty fronste even haar wenkbrauwen. Ik haat hardlopen. Vroeger stond ik huilend mijn ontbijt eruit te kotsen als ik tijdens het eerste lesuur die vermaledijde Coopertest moest lopen. Twaalf minuten rennen, wat een pubermishandeling. Als professionele ondernemer zwichtte ik toch voor deze schoen.
Ik wist zeker dat ik hier een mooie reclametekst bij zou kunnen schrijven.

 

Nike damesschoen

 

Die kleuren alleen al… Nike weet het wel te brengen. Gold, Terra Blush en Guava Ice zijn toch fantastisch? De doorzichtige luchtkamers (uit de Air Max 270-serie) zouden bij mij ook mooi staan onder een hip rokje. Als flaneerschoenen, want ik ren nog niet om de trein te halen. Dat hoefde de sportgigant natuurlijk niet te weten. Na mijn enthousiaste mail kreeg ik de toegangscodes voor een WordPress-website. Mijn opdrachtgever in spé had wel wat eisen ten aanzien van de foto’s die bij het artikel moesten komen. Zoveel pixels in de breedte, zoveel pixels in de lengte, het liefst bewerkt met het programma IrfanView, minimaal zes stuks, het muiltje moest van alle kanten te zien zijn in close-up, er moesten ook foto’s bij waarbij ze aan damesvoeten te zien waren, de dame in kwestie moest dan weer wél volledig te zien zijn, etcetera. Prima hoor. Een makkie. ’s Ochtends voor dag en dauw zat ik al te stuiteren om eraan te kunnen beginnen.

Vijf uur later.
Ik lag zwetend in mijn bed, met mijn laptop klam op schoot.
IrfanView vocht bruut met mijn Windows-systeem. Uren en uren.
De vereiste afmetingen kreeg ik niet voor elkaar, ook al typte ik het aantal pixels braaf in het venster.
Nike wilde niet dat ik foto’s van hun site plukte, de sportgigant schreef dat dat moest kunnen.
Ik mocht altijd om hulp vragen, maar op de een of andere manier vertikte ik dat.
Kaatje, in een gefrustreerde mail: ‘Ik geef de opdracht terug.’
De sportgigant, verbaasd: ‘Wij dachten dat jij de opdracht als eerste zou gaan inleveren. Jammer!’

Later op de dag ontdekte ik dat ik  -in plaats van pixels-  een verhoudingstabel had kunnen invullen. 3:2, een kind kan de was doen. Ik kennelijk niet, en ik schaamde me wezenloos. Het was een goede les, en ik ga dan maar crowdfunden voor die Nike Air Max 270 flaneerschoenen.

Dus breek de dag,
Deel Een FuckUp.

 

 

 

Ondernemen van A tot Z

C

Satyr

Chi en Chaos

Nooit had Chi aan iemand durven opbiechten dat hij geoefend was in onderaardse zoektochten. Ze zouden denken dat hij aardig van de wap was als ze hem langdurig putdeksels zagen oplichten of verwoed molshopen zagen uitgraven. In slechte perioden had hij er een halve dagtaak aan. Zelfs tijdens vakanties voelde hij geen rust. Hij dwaalde door de metrogangen van Parijs of scharrelde clandestien door Romeinse opgravingen, argwanend gadegeslagen door een leger zwerfkatten. Konijnenholen op de heide moesten ook geïnspecteerd worden. Geen spoor was er te bekennen. Het was een eindeloze exercitie, waarbij Chaos hem steeds voor was. Hij verscheen te pas en te onpas.

Wanneer Chaos verscheen, verdween er iets bij Chi.
Op een naargeestige dag verloor hij zijn zelfvertrouwen, hij voelde hoe iemand eraan stond te trekken. Zijn zelfvertrouwen was licht en groen en soepel, hij zag het wegglippen. Chaos stond er pesterig mee te zwaaien. ‘Zie je, je kunt niets!’ gilde Chaos, waarna hij als een bliksemschicht onder een kelderluik verdween.
Weken later liep Chi nietsvermoedend door de stad en daar zat Chaos op een muurtje naar hem te knipogen. ‘Wat moet je van me?’ vroeg Chi, en voordat hij kon inademen zag hij dat zijn bankbiljetten razendsnel uit zijn borstzakje glipten, een voor een, een gouden spoor in de lucht achterlatend, rechtstreeks in de gekromde vingers van Chaos. Die racete richting de kroegen en zong galmende dronkemansliederen. ‘Hey-ho, hey-ho!’

Het ergste verlies was zijn inspiratie, ’s nachts. Chi was er soms op voorbereid en bleef dan rechtop zitten, waakzaam. Niets hielp. Zodra zijn ene oor het kussen raakte, verscheen Chaos en zoog de inspiratie als een vampiermug uit hem. Kokhalzend maakte hij zich dan uit de voeten: ‘Ranzig, inspiratie, bah.’ Chaos hield er niet van, maar het treiteren compenseerde veel. Toen Chi de volgende ochtend opstond en in de spiegel keek, was hij ingedroogd. Zijn huid hing in uitgerekte vellen rond zijn botten en zijn oogwit was gedeukt.

Op een goede dag wist Chi: Chaos zou hem alles teruggeven.
Chi verschanste zich in een ondergrondse fietstunnel en postte daar dag en nacht. Hij was uitgeput, kwam weinig van zijn plaats. Op den duur herkenden voorbijgangers hem en gingen hem groeten. Af en toe gooide iemand gul een euro. Chi verloor het besef van tijd; in tunnels heerst de nacht. Hij wachtte. Na een paar weken kwam er een manspersoon aangerold en stapte van zijn skateboard. Hij kwam naast hem zitten in het schemerdonker. Zijn ogen glansden begerig. ‘Wat heb ik nog niet van je?’
Mijn lichaam, dacht Chi, en hij dook bovenop Chaos. ‘Neem mijn lichaam!’ Chi nam hem in een furieuze houdgreep, overlaadde hem met kussen en ademde in zijn oor: ‘Ik geef je er mijn liefde bij. Neem het!’ Liefde. Dat werd Chaos te veel. Zijn klauwen kromden zich, ontspanden zich weer en werden toen ijl. De poriën van Chi’s handen verwijdden zich en namen de ijle omtrekken in zich op. Verbaasd keek Chaos naar zijn lichaam. Bestond hij nog? Het voelde niet onprettig.
Zo absorbeerde Chi alles van Chaos. Een enkele passant krabde zich nog weken verbijsterd achter zijn oren.

De fietstunnel bood nog een paar dagen bescherming, Chi voelde zich onwennig.
Hij draalde en twijfelde, durfde geen voet te verzetten, totdat hij een stem in zijn hoofd hoorde:
‘Ga. Hey-ho.’
En Chi ging.

 

Ondernemen van A tot Z

B – Ja, waar zouden ondernemers die B voor inzetten?

 

B blog

 

Je gaat nu even diep ademhalen en net doen alsof die persoon een storend kind in jouw groep 4 is. Die schat kan er allemaal niets aan doen, daar breng je vaak een engelengeduld voor op. Peur nu maar wat geduld uit je grote teen, ondanks de zomervakantie. Daar heeft diegene recht op, zelfs al weet hij /zij van toeten noch blazen. 

‘Goededag. Welkom bij de Belastingtelefoon.
…opname van de gesprekken… BSN… keuzemenu…’

Mooie stem. Uit zo’n Duitse erotische flutfilm. Optie 2, ondernemers.

‘U hoort nu een keuzemenu… lala… Voer nu uw fiscaal nummer in en sluit af met een hekje.’

Ha, een ouderwets hekje in plaats van een hashtag.

‘U hoort nu vier keuzes…’

Optie 1, BTW.

‘Op dit moment bedraagt de wachttijd tien tot vijftien minuten. Al onze medewerkers zijn in gesprek.’

Grrrrr. Stort ik elk jaar zó veel geld in ’s lands schatkist om zó lang te wachten? Uit ervaring weet ik dat er minstens vijf minuten bijkomen. Ze rekenen zuinig daar in Apeldoorn, moet ik mijn telefoon dan maar ergens neerleggen en gaan douchen? Ik doe het niet. Ik lijk ^$$#*&_)&*^&%%# wel een idioot met die telefoon aan mijn zweetoor. De condens glijdt over de hashtag naar beneden!

Kaatje. Denk aan je grote teen.
O ja. Ik mag blijven doorademen. 

‘Met de Belastingdienst, waarmee kan ik u van dienst zijn?’

Binnen vijf minuten zijn we klaar. Het vriendelijke meisje weet me te vertellen wat mijn BTW-subnummer is. Nog nooit had ik van zoiets gehoord. Omdat ik mijn bedrijfsnaam na tien jaar veranderd heb, is dat bij mij de toevoeging 02. Zó bespottelijk eenvoudig is het, maar 02 is niet terug te vinden in mijn blauwe brieven. Bij de digitale aangifte staat het al helemaal niet uitgelegd. Daar zeg ik wat van, nee: ik vraag of dat wat duidelijker zou mogen in de toekomst. Ik vraag het heel beleefd, met de toevoeging dat zij er ook niets aan kan doen.
Dat wordt het vriendelijke meisje toch nog te veel: ‘Dan moet u nog maar eens goed zoeken!’  En ja hoor, ik vind vijf actuele brieven zonder toevoeging 02 en eentje mét. Op de achterkant, terwijl er op de voorkant al vriendelijk gegroet is. Daar heb ik overheen gelezen. Schuldbewust bied ik mijn excuses aan, maar het is al te laat. Ik lig op de Z-stapel: die van de zeikerds.

Goed, subnummer 02 kreeg vanochtend eindelijk de BTW-teruggaaf van het tweede kwartaal. Hoera!

Wil iemand nog weten wat BTW is? Dat leg ik graag uit tijdens een borrel.
Het is kinderlijk eenvoudig en ik maak er graag een cashflow-model bij. Een tekening dus. Zo gepiept, zonder wachttijd, met een bordkrijtje.